Blauwestad moet Oost-Groningen definitief op de kaart zetten. 1500 huizen, vijf woongebieden, 8 km2 water
Ooit was het de graanschuur van Europa en de bakermat van de strokartonindustrie in ons land. Het staat bekend als het laatste rode bolwerk van Nederland en bovenal als land van kleigrond, hard werken, werkloosheid en relatieve armoede. Maar Oost-Groningen zet vol de aanval in. Blauwestad moet ervoor zorgen dat er welvaart komt in dit prachtig, maar nog onontdekt stukje Nederland.
Eerst was er veen en alles onbegoanboar,
t Laand was sjompeg en gain mens dij kon der wonen,
Toun kwam de tied van törfgroaven en van toumoaken,
Van aarmou at men pankouk, broene bonen.
Doar liggen de baauwten en de boerderijen,
Doar bluit mien eerappellaand,
Doar woar het vrouger krabben en knooien was,
Want alles ging nog mit haand,
Doar roazen nou nijmoodse rudermesienen,
Op klaai, op zoavel en zaand,
Doar baauwen de boeren al generoaties laang,
Op t Drentse en t Grunneger laand.
In 1986 overleed de Oost-Groningse zanger, componist en dichter Ede Staal. De chansonnier en troubadour, vaak de Groningse Jacques Brel genoemd, gebruikte de streek waarin hij woonde en opgroeide als bron voor zijn liedteksten.
Slechts enkele jaren na zijn overlijden ontstonden de eerste plannen om Oost-Groningen, en dan met name het Oldambtgebied boven Winschoten, stevig aan te pakken. Nu, twintig jaar later, is er van bovenstaande tekst die afkomstig is uit Staals lied Doar bluit mien eerappellaand niet veel meer over. Tussen Winschoten, Scheemda, Midwolda, Oostwold, Beerta en Finsterwolde verrijst namelijk Blauwestad. Een uniek stukje Nederland.
Ons land staat er bekend om, dat het in het verleden heel wat land op de zee heeft veroverd. Met het Poldermodel zijn we wereldberoemd, met het inpolderen van bijvoorbeeld professor Leegwater is in het verleden ook wereldfaam verkregen. Nu doen de Oost-Groningers het echter anders. >